‘Weggooien’ is misschien wel een van de meest misleidende woorden uit ons dagelijks leven. Want waar is ‘weg’ eigenlijk?
We gooien een oude trui weg. Een kapotte stoel. Een plastic verpakking. Een paar schoenen die hun beste tijd hebben gehad. We knopen de vuilniszak dicht, zetten hem buiten en halen opgelucht adem.
We zijn er vanaf.
Maar zijn we dat eigenlijk wel?
Want zodra iets in onze vuilnisbak verdwijnt, houdt het natuurlijk niet op te bestaan. Het verdwijnt alleen uit ons blikveld. Het maakt plaats in onze keuken, onze kast, onze kelder of onze garage en begint aan een volgende etappe.
Er bestaat geen magische plek die ‘weg’ heet.
De verdwijntruc van ons afval
Misschien is dat precies waarom het woord zo comfortabel klinkt.
Weggooien.
Het suggereert een eindpunt. Een definitieve bestemming. Alsof iets dat wij niet langer willen, simpelweg verdwijnt zodra de vuilniswagen het heeft meegenomen.
Maar afval verdwijnt niet. Het wordt verplaatst, verwerkt, verbrand, gestort, gesorteerd of – in het beste geval – opnieuw gebruikt of gerecycleerd.
En zelfs wanneer afval wordt verbrand, is het niet letterlijk verdwenen. Er blijven onder meer as en andere reststoffen over. Ook bij recyclage ontstaat geen perfecte kringloop waarbij een voorwerp eindeloos opnieuw hetzelfde voorwerp wordt. Materiaal kan worden teruggewonnen, maar kwaliteit kan verloren gaan en recyclage kent grenzen.
‘Weg’ betekent in de praktijk vooral: weg uit mijn huis.
En dat verschil is belangrijk.
Want zolang we denken dat iets ‘weg’ is, hoeven we ons ook niet af te vragen wat er daarna gebeurt.
Van onze kast naar ergens anders
Neem kleding.
We dragen een T-shirt niet meer, stoppen het in een kledingcontainer en hebben het gevoel dat we er een goede bestemming voor hebben gevonden.
Dat kan zeker een betere keuze zijn dan het bij het restafval gooien. Maar ook hier geldt: een kledingstuk krijgt niet automatisch een tweede leven omdat wij het ergens in een inzamelbak stoppen.
Dezelfde vraag geldt voor elektronica, plastic, meubels, speelgoed en talloze andere spullen.
Wat gebeurt ermee nadat wij ze hebben afgedankt?
Dat is een veel ongemakkelijkere vraag dan: “Waar kan ik het weggooien?”
Misschien moeten we het woord veranderen
Misschien kan het helpen om ‘weggooien’ in ons hoofd te vervangen door een eerlijker vraag:
Waar gaat dit naartoe?
Niet:
“Ik ben er vanaf.”
Maar:
“Wat gebeurt er nu mee?”
Dat kleine verschil in taal kan ook een verschil in gedrag maken.
Want wanneer je beseft dat iets niet verdwijnt, ga je misschien ook anders kijken naar wat je koopt.
Niet alleen:
Waar komt dit vandaan?
Maar ook:
Waar eindigt dit?
En misschien is dat wel een vraag die we veel vaker zouden moeten stellen.
De meest duurzame afvalbak is nog altijd de afvalbak die je niet nodig hebt
Natuurlijk hebben we afval. Sommige spullen zijn versleten, kapot of niet langer bruikbaar. Soms is wegdoen onvermijdelijk.
Maar het grootste deel van de afvalproblematiek begint niet bij de vuilnisbak.
Het begint veel eerder.
Bij het moment waarop we iets kopen.
Bij de vraag of we het werkelijk nodig hebben. Of we het lang zullen gebruiken. Of het te herstellen is. Of iemand anders het nog kan gebruiken. Of er een alternatief bestaat zonder wegwerpkarakter.
Daarom is recyclage belangrijk, maar geen excuus om maar te blijven consumeren.
Een product dat gerecycleerd kan worden, is nog altijd een product dat eerst geproduceerd, verpakt, vervoerd en uiteindelijk opnieuw verwerkt moet worden.
Circulariteit is waardevol.
Maar niet alles hoeft überhaupt geproduceerd te worden.
Kunnen we weer leren zorgen voor wat we hebben?
Misschien ligt daar ook een deel van de oplossing.
We zijn gewend geraakt aan een wereld waarin vervangen vaak gemakkelijker is dan herstellen. Waar een kapot ritsje een reden kan zijn voor een nieuwe jas. Waar een kleine beschadiging een meubelstuk ‘afgeschreven’ maakt. Waar spullen zo goedkoop zijn geworden dat de vraag “kan dit nog gemaakt worden?” soms bijna vreemder klinkt dan “waar kan ik een nieuwe kopen?”
Het is zo belangrijk om spullen opnieuw te leren waarderen. En dat kan heel klein beginnen:
Een kledingstuk langer dragen.
Een paar schoenen laten herstellen.
Een kapot toestel laten nakijken.
Iets doorgeven in plaats van weggooien.
Een tweedehands alternatief zoeken voordat je iets nieuws koopt.
Of simpelweg een aankoop een week uitstellen en kijken of je het daarna nog steeds nodig hebt.
Niet alles hoeft een tweede leven te krijgen. Maar misschien verdient niet alles een eerste leven in onze vuilnisbak.
Er is geen ‘away’
In het Engels bestaat er een mooie, veelgebruikte uitdrukking:
“There is no away.”
Er is geen ‘weg’.
Wat wij weggooien, gaat ergens naartoe.
Naar een sorteercentrum. Een recyclagebedrijf. Een verbrandingsoven. Een stortplaats. Een kringloopwinkel. Een andere eigenaar. Soms naar een plek ver van ons vandaan.
En soms weten we zelf niet eens waar precies.
Dat is misschien de ongemakkelijkste vaststelling van allemaal.
We hebben onze afvalstromen zo georganiseerd dat we onze spullen kunnen laten verdwijnen uit ons dagelijks leven zonder dat we hoeven te zien waar ze terechtkomen.
Maar de aarde heeft geen uit-knop.
Onze spullen verdwijnen niet omdat wij ze niet meer zien.
Dus: waar is ‘weg’?
Misschien moeten we daarom niet alleen anders omgaan met afval.
Misschien moeten we ook anders leren denken over afval.
Niet als het einde van het verhaal.
Maar als een volgende stap in het verhaal van een product.
En misschien begint bewuster consumeren wel met een heel eenvoudige vraag:
Waar gaat dit naartoe als ik het niet meer nodig heb?
Die vraag kan soms verrassend veel veranderen.
Want weggooien bestaat misschien wel als werkwoord.
Maar ‘weg’ bestaat niet.
En de aarde is geen oneindige opslagplaats voor alles waar wij vanaf willen.
Dus de volgende keer dat je iets wilt weggooien:
stop even.
Vraag jezelf af:
Kan het nog gebruikt worden?
Kan het gerepareerd worden?
Kan iemand anders er iets mee?
Kan het gerecycleerd worden?
Of heb ik het misschien gewoon te snel afgeschreven?
Want misschien is de meest duurzame gewoonte niet beter leren weggooien.
Maar minder vaak iets hebben waarvan we denken dat we het moeten weggooien.
Wat is iets waarvan jij vroeger dacht: ‘dat gooi ik gewoon weg’, maar waar je nu anders naar kijkt?

